Tegen de klippen op. Dat zingt Meau zo mooi. En zo voelt dealen met longcovid ook vaak. Het liedje inspireerde me in ieder geval om weer eens wat te schrijven. Want schrijven helpt en ik kan wel wat hulp gebruiken.
De afgelopen maanden waren goed, pittig, moeilijk, leuk, vermoeiend. De winter doet me goed. De wereld gaat wat langzamer en komt daarmee wat dichterbij mijn tempo te liggen. Binnen zitten op de bank met een dekentje is ineens niet zo vervelend meer. Maar toch…
Het blijft moeilijk om onder woorden te brengen wat er aan de hand is met mijn lijf. Gelukkig zijn er de afgelopen week verschillende artikelen verschenen (o.a. in de Volkskrant en het AD) die beschrijven dat er daadwerkelijk iets ‘mis’ gaat in mijn lijf. Ook dat helpt. Onderzoekers zagen dat bij mensen met longcovid op celniveau de mitochondriën van de spier, ook wel de energiefabrieken van de cel, minder goed functioneren en dat ze minder energie produceren. Dat kan mijn PEM verklaren.
PEM staat voor post-exertionele malaise, hierbij is er sprake van extreme vermoeidheid na fysieke, cognitieve of emotionele inspanning, evenals ernstige cognitieve problemen (hersenmist) en inspanningsintolerantie.
Ik prijs mezelf gelukkig dat die cognitieve problemen bij mij beperkt zijn tot een wat snellere overprikkeling. Maar dit betekent wel dat ik op werk de lunch dus liever vermijd. Want ga ik mee lunchen met al het geklets en het rumoer, dan kan ik minder lang werken. Mis ik wel weer het contact met m’n collega’s – en ik zie al zo weinig mensen. Tegen de klippen op, zo voelt het.
Opbouwen op werk ging met ups en downs en voor de kerstvakantie was ik gestrand op 2 middagen werken per week. Wat klinkt dat weinig hè? Maar meer zat er op dat moment niet in. Mijn week vult zich met werk, huishouden, koken en rust nemen om van dat alles bij te komen. Al stapelde de afwas zich soms zo hoog op, dat dat letterlijk een berg was waar ik tegenop keek en heeft mijn douche al een hele poos geen goede poetsbeurt gehad. Tegen de klippen op, zo voelt het.
Om het leven toch een beetje leefbaar te houden probeer ik wel ruimte in te plannen voor leuke dingen. Ik houd van kamperen en ben gaan winterkamperen met een vriendin. Heerlijk met haar camper op een camping midden in de bossen gaan staan. Leren breien, vuurtje gestookt, verder heel weinig gedaan. Zo van genoten. Maar het heeft m’n batterij zodanig leeg getrokken dat ik er, ondanks de beperkte inspanning, een week vanaf lag. Tegen de klippen op, zo voelt het.
En ik wil zo graag. Ik wil zo graag meer kunnen dan ik nu kan. Voor m’n gevoel heb ik de afgelopen maanden weinig vooruitgang geboekt. In mijn hoofd wel, dus ben ik meer gaan doen, omdat ik het weinige doen zat was. Maar daar heb ik ook de prijs voor betaald, dus mag ik nu weer goed naar mijn lijf gaan luisteren in plaats van naar mijn hoofd. Weer een stapje terug, in plaats van vooruit. Tegen de klippen op, zo voelt het.
Het blijft elke keer weer aanpassen. Weer nee zeggen, of toch ja en dan met de billen op de blaren zitten. Weer moeten kiezen tussen het een of het ander. Weer een boek lezen in plaats van iets actiefs doen. Weer een afspraak af moeten zeggen. Weer iets niet kunnen wat vorige week wel lukte. Tegen de klippen op, zo voelt het.
Maar; ik ben verder dan ooit, ook al is er iets kapot, hoe ik vecht, hoe ik lach, tegen de klippen op.
