Wat te doen als je je wel oké voelt, maar niet perse heel goed. Wakker worden, energie en zin in de dag hebben, geen gekken dingen doen qua inspanning en je twee uur later weer zó ontzettend moe voelen.
Toch maar weer op de bank gaan liggen. Instagram er bij pakken is dan zo verleidelijk. Lekker even doelloos scrollen, lachen om filmpjes. Maar voor ik het weet is er zo weer een uur voorbij en ben ik nou niet echt uitgerust.
Oké. Toch maar even echt gaan liggen. Kussentje onder m’n knieën. Ogen dicht. Slapen lukt me nooit overdag. En de gedachten in m’n hoofd blijven ook maar door gaan. Playlist met relaxte muziek op en verplicht 3 nummers luisteren voordat ik weer wat mag gaan doen.
De strijd in m’n hoofd tussen moeten en aanvaarden is nooit gestreden. Wel lukt het me steeds vaker en makkelijker om ‘het moeten’ of ‘het niet mogen’ te zien.
Ik moet genieten wanneer het energiewise goed met me gaat. Ik moet me aan m’n dagstructuur vasthouden. Ik mag niet teveel op instagram. Ik mag niet te veel afleveringen van een serie kijken. Ik moet productief zijn met de tijd waarin ik wat kan doen.
Al deze stemmen komen voort uit het gevoel dat ik altijd m’n best moet doen, goed moet presteren. Maar voor wie? En waarom? En word ik van altijd m’n best doen nou echt gelukkig?
Het antwoord is natuurlijk nee. Niet van altijd. Soms is m’n best doen heel erg fijn.
Maar altijd en moeten. Nee.
Compassie en liefde voor mezelf zijn de sleutel. De stemmen herkennen, zien wat die stemmen nodig hebben (meestal is dat erkenning; een “kijk eens hoe goed ik het doe, krijg ik nu die liefde/aandacht/een aai over m’n bol”), en ze dit geven. Dat kleine meisje wat liefde sturen; “Lieve Fé je doet het al zo goed, je hoeft niet te streven naar perfectie”.
En overgave. Nee het gaat niet zoals ik vanmorgen had bedacht. Shit happens. Er tegen vechten, proberen af te dwingen dat het wel zo gaat als ik zou willen werkt averechts.
En hoe mooi hoe schrijven helpt.. Door het van me af te schrijven kom ik in de overgave, ben ik lief voor mezelf. En rete trots op hoe ik het doe.
Niet vechten tegen de stroom in, maar met de stroom mee. Zo kom ik vanzelf waar ik wezen moet.
